Pluggen, stekkers, connectors …

XLR Ook wel “Cannon” plug genaamd, naar de originele fabrikant. Deze worden in de 3-polige uitvoering standaard voor microfoons & symmetrische verbindingen op Line niveau gebruikt. In de “vrouwtjes”-pluggen (met de gaatjes) komt het signaal binnen. Deze worden dus op de microfoon gestoken. Aan de andere kant zit een mannetje, hier komt het signaal uit.. Een XLR kabel kun je simpel verlengen door er een volgende aan te klikken. De pluggen hebben het voordeel dat ze gezekerd zijn, ze zitten aan de microfoon en aan elkaar vast geklikt zodat ze niet vanzelf los kunnen gaan. Bij aansluiten maakt eerst pin 1 (aarde) contact. Dat voorkomt brommen tijdens het aansluiten. XLR pluggen

xlr female met schakelaar

Combo input

Jack Ook “phone” plug genoemd. Standaard plug voor gitaren, keyboards, effectapparatuur, koptelefoons, randapparatuur ed. Bestaat in mono en stereo uitvoering.  In veel soorten en kwaliteiten verkrijgbaar: met metalen en met plastic behuizing, geklonken en gegoten constructies, haakse en rechte modellen.

 

Jack pluggen
Silent plug
Mini jack Jack plugjes van 3,5mm of 2,5mm worden vaak gebruikt als koptelefoonplugjes in draagbare audio apparatuur, smartphones, tablets en laptops. Ze worden ook wel miniatuurjacks resp. subminiatuurjacks genoemd. Mini jackpluggen
Cinch Ook wel RCA-plug, phono plug of tulp-plug genaamd. Wordt ook in thuis-stereo installaties gebruikt. In de professionele PA-wereld minder, zeker de plastic uitvoering. Nadelen: kwetsbaar, slechte trekontlasting, aarde maakt vaak als laatste contact bij inpluggen. Cinch pluggen komen veel voor in DJ installaties. Plastic Cinch plug
Professionele RCA plug
DIN plug Tegenwoordig wordt de 5-polige DIN plug nog alleen maar voor MIDI gebruikt, niet meer voor audio. De 3 polige plug is er helemaal niet meer. DIN staat trouwens voor “Deutsches Institut für Normung”. 5-polige DIN plug
Speakon Standaard voor luidsprekers met groot vermogen. Hier kan een dikke kabel aan bevestigd worden die grote stromen kan verwerken. Indien gebruikt met een 4-polige kabel kun je twee sets speakers met één toevoerkabel toch elk apart op een eindtrap aansluiten. Als de pluggen goed aan de kabels gemonteerd zitten is verkeerd aansluiten uitgesloten. Speakon pluggen
PowerCon 3 polige stroomaansluiting van Neutrik, geschikt voor flinke stromen tot 250V/20A! Versies voor chassisbevestiging (dus aan een apparaat) en versies voor aan (verleng-)kabels. Vast te klikken, zodat ze niet kunnen losschieten zoals de normale 230V stekkers. Te gebruiken tot wel 20A/250V. Powercon connectors zijn bedoeld als connectors in een vast circuit en mogen dus niet aangesloten of losgekoppeld worden terwijl apparatuur is ingeschakeld!

Het Powercon systeem werkt met twee kleuren connectors, zodat kortsluiting uitgesloten is:

  • A-type (stroom inlaat, “stekker”) kabel connector: blauw, chassis connector: blauw.
  • B-type (stroom uitlaat, “stopcontact”) kabel connector: grijs, met blauwe rand, chassis connector: grijs.

De stekers moeten dus kleur bij kleur! Een POWER OUTLET is dus een grijs chassisdeel waar een grijzeconnector in moet. Een POWER INLET is blauw en daar moet een blauw kabeldeel in.

 

Powercon A chassisdeel
PowerCon A stekker
Powercon A-type
PowerCon B stekker en chassisdeel

Line arrays, een woordje uitleg …

Line arrayBij een conventioneel PA systeem staan de speaker voor in de zaal. Publiek voor hoort het dus hard, achter in de zaal is het zachter. Een line-array systeem werkt volgens een ander principe: een aantal identieke luidsprekers (cluster) wordt vertikaal ten opzichte van elkaar. Door de vertikale opstelling vindt een bundeling in het vlak loodrecht daarop plaats, in het horizontale vlak dus. Op die manier voorkom je ook al voor een deel akoestische problemen als ongewenste galm door reflecties. Ook in zalen met moeilijke akoestiek (balkons ed.) is zo een betere oplossing mogelijk. In de gangbare line-array systemen komen de lage tonen uit basboxen, die dan op de grond staan. Het mid en hoog komen van een aantal identieke hangende (gevlogen) mid/hoog boxen die zodanig zijn opgehangen dat ze het publiek precies dekkend bestralen met geluid en dat de boxen elkaars gebied niet overlappen. Er zijn speciale computerprogramma’s om te berekenen hoe in een gegeven zaal of open air de speakers gehangen en gericht moeten worden. De speakers hebben een kleine vertikale spreiding en een grotere horizontale spreiding.

Eigenschappen van line-arrays: verdubbelen van het aantal speakers levert 6dB meer volume op! De vertikale dekkingshoek van de array wordt vooral bepaald door het aantal speakers. Hoe meer speakers, hoe kleiner de vertikale dekkingshoek. De horizontale dekkingshoek hangt nauwelijks van het aantal speakers af en is ongeveer 80°, afhankelijk van de soort speakers.

Een line-array is eigenlijk alleen een écht line-array als de boxen loodrecht boven elkaar staan. In de vorm van een banaan opgehangen, zoals je ze vaak gebruikt ziet worden, gaat een deel van de eigenschappen van een pure line array verloren en krijgen sommige frequenties meer richteffect dan andere. De vorm van de banaan bepaalt het afstraal gedrag op korte en lange afstand. Vaak zie je een J-vorm. De onderste speakers bestralen het publiek dichtbij. Het bovenste, rechte deel van de J is dan een echte line-array en straalt op afstand.

Endfire array baskasten

Probleem van het plaatsen van baskasten onder of in de buurt van het podium is dat er veel lage tonen in het podiumgeluid terecht komen. Dit omdat lage tonen (onder 125Hz) slecht te richten zijn. Een oplossing die hiervoor bedacht is werkt eigenlijk in de vorm van “antigeluid” maken in de buurt van het podium door een slim geplaatste array van achter elkaar geplaatste baskasten en goed gekozen delays. Hierdoor wordt door de faserelatie van de geluidsgolven een “akoestisch gat” geproduceerd in de buurt van het podium, terwijl het publiek wél de bassen hoort. Hoe meer baskasten achter elkaar gezet worden, hoe meer richteffect.